Het Jenaplanconcept werd tussen 1920 en 1950 ontwikkeld door Peter Petersen op de Universiteitsschool Jena (voormalig OostDuitsland). Het concept wordt voortdurend aangepast aan de omstandigheden in het huidige onderwijs. Ons Jenaplanonderwijs is opbrengstgericht Wij maken gebruik van zogenaamde evidence based methodieken en materialen zoals de leer-strategieën van Marzano e.a.. Het rekenen, lezen en de taal worden als basisvoorwaarden gezien die voor kinderen dienen als middel om zich te oriënteren in de wereld (wereldoriëntatie). Natuurlijk gelden de wettelijk voorgeschreven kerndoelen ook voor Jenaplanscholen, maar wij willen meer! Een Jenaplanschool moet een meerwaarde hebben en die meerwaarde moet voor iedereen helder zijn. Een Jenaplanschool wil een leef- en werkgemeenschap zijn waarin kinderen gestimuleerd worden goede prestaties te leveren. Daarom zijn de zeven Jenaplanessenties opgesteld:

  • Ondernemen

  • Plannen

  • Samenwerken

  • Creëren

  • Presenteren

  • Reflecteren

  • Verantwoorden

Het Jenaplanconcept gaat uit van de twintig basisprincipes. In de basisprincipes vind je het antwoord op de vraag: “Waarom doen we wat we doen, zoals we het doen?” De basisprincipes zijn verdeeld in drie delen: “de mens”, “de samenleving” en “de school”. In de eerste basisprincipes staat omschreven welk mensbeeld je nastreeft, in de basisprincipes over de samenleving is het beeld te vinden van hoe wij willen dat die samenleving er uit moet zien. De basisprincipes over de school gaan over de manier waarop het onderwijs vormgegeven moet worden.

Kinderen ontwikkelen zich in leeftijd heterogene stamgroepen. Verschillen onderling worden als verrijkend ervaren. De positie van elk kind verandert jaarlijks van jongste naar oudste. De kinderen werken in heterogene tafel-groepen.

Kinderen leren samenwerken. Samenwerkingsrelaties hebben een positief effect op het ontstaan van zelfvertrouwen en leermotivatie. Het bovenstaande vertaalt zich in:

  • Een kindvriendelijke sfeer, aanpak en benadering.

  • Een omgeving van orde, rust en duidelijkheid, dus een goed werkklimaat.

  • Een op elkaar afgestemde school- en klasseninrichting.

  • Een eenduidige aanpak qua  instructie (activerende directe instructiemodel).

  • Omgaan met verschillen door een aanbod op meerdere niveaus.

  • Gebruik van effectieve leertijd.

Stamgroepwerk/wereldoriëntatie is een belangrijk vormingsgebied op een Jenaplanschool. Kenmerkend voor stamgroepwerk/wereldoriëntatie is het ervaren, ontdekken en onderzoeken. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan luisteren naar verhalen (van andere kinderen, de stamgroepleider, gasten in de school, mensen buiten de school), het zelf vragen stellen en op zoek gaan naar antwoorden in boeken, op internet en bij de mensen, dieren en dingen zelf. Kinderen leren om te gaan met de natuur om hen heen, de mensen dichtbij en verder weg en met de zin van het leven en de wereld. Kortom, de kinderen zijn ontdekkend en onderzoekend bezig, in de vorm van projecten. Zodoende wordt de wereld steeds groter en ruimer en leert het kind zelf een mening te vormen.

Basisactiviteiten

Gesprek, spel, werk en viering: dat zijn de vier basisactiviteiten waarin mensen leven en dus ook leren. Leren kan niet alleen door met pen, papier en het hoofd bezig te zijn. Net als in het dagelijks leven proberen we de basisactiviteiten afwisselend op een dag aan bod te laten komen. Zo ontstaat het ritmisch weekplan, oftewel het lesrooster.

Gesprek 

’t Schrijverke is een school waar kinderen een duidelijke stem hebben. Jenaplanscholen zijn scholen met kringgesprekken.  De kring is de plek waar kinderen en stamgroepleider elkaar ontmoeten. Gesprek komt voor in veel vormen; tweegesprekken, groepsgesprekken, kringgesprekken, maar ook teamgesprekken en oudergesprekken. Gesprekken zijn pas echt betekenisvol als er een klimaat van veiligheid heerst. Ieders inbreng moet gewaardeerd worden. Bij jonge kinderen speelt de stamgroepleider een belangrijke rol. Deze zorgt voor activerende vragen, open vragen die leiden tot gesprek en uitwisseling. Langzamerhand kunnen kinderen de rol van de stamgroepleider overnemen totdat ze uiteindelijk helemaal zelfstandig een kringgesprek kunnen voorbereiden en leiden. In de steeds individualistischer wordende samenleving willen wij als Jenaplanschool juist het sociale leren, het groepsleren, veel aandacht geven. Voor veel kinderen is de school de enige plek waar ze kunnen oefenen in het samenleven in een grotere groep. Op een Jenaplanschool kan dat in vier sociale basisactiviteiten waarvan spreken er één is.

Spel  

Spelen is leren. Spelen is dus een serieuze zaak. Serieus maar ook wel vaak plezierig en vermakelijk. Kinderen leren veel door te spelen, door na te spelen: ‘modelling’. Omdat het meestal een aangename manier van leren is, vinden we het belangrijk om niet alleen met jongere kinderen te spelen, maar ook met kinderen in tussen-, midden- en bovenbouw. In onze school leren we kinderen om zich op allerlei manieren te uiten. Naast het vrije spel, is er op ’t Schrijverke ook tijd voor geleid spel. Kinderen leren toneelspelen en presenteren regelmatig voor de hele school hun belevenissen in weeksluitingen.

Werk 

Op ’t Schrijverke moeten kinderen allerlei werk doen omdat het moet, gewoon verplicht werk. Maar dat niet alleen. Kinderen mogen ook werken voor zichzelf en voor en met anderen. Kinderen zijn lid van een stamgroep en doen dus ook werk voor deze stamgroep. Vooral het samenwerken wordt bij ons geoefend. Als we een betere samenleving willen, dan moet daar op school voldoende aandacht aan besteed worden. De kinderen worden gestimuleerd om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor het leren en leven. Daarbij helpen oudere kinderen en de  stamgroepleiders. Op onze school gaat het niet alleen over het vergaren van kennis. Het geleerde moet ook begrepen worden, inzicht moet ontwikkeld worden bij kinderen. Dat begrip wordt groter als kinderen het geleerde kunnen toepassen. Door toepassen wordt kennis echt van jezelf. Dat wat we leren moeten we dus vooral gebruiken en toepassen. En uiteindelijk is het de bedoeling dat we met alles wat we leren weer nieuwe dingen kunnen bedenken of ontwikkelen. Op een Jenaplanschool ligt de nadruk op samen.

We zorgen ervoor dat kinderen in de stamgroep verantwoordelijkheid nemen voor het leren van alle kinderen in de stamgroep.

Met de stamgroep wordt regelmatig besproken op welke manier het samen werken nog beter geregeld kan worden. Zo zie je in de groep allerlei organisatievormen waarin kinderen samen werken. Belangrijke uitgangspunten bij het werk zijn zelfstandigheid en verantwoordelijkheid, zowel voor het kind als voor de groep.

Vieren 

Met vieringen wordt het samen beleven van lief en leed bedoeld, beleven dat je bij elkaar hoort; een werkelijke ontmoeting van mensen die een band met elkaar hebben. Vieringen hebben bij ons ook een ‘kalender-functie’.

Het markeert de tijd. In een jaar zijn die vaste momenten voor ieder herkenbaar. Een duidelijk begin en een duidelijke afsluiting van een periode zorgt er voor dat je de tijd kunt beheersen, overzien. Vieringen kennen, net als andere onderwijsactiviteiten, een bepaalde ordening. Er moet ruimte en aandacht zijn voor de voorbereiding, uitvoering en reflectie. Van kleuters verwachten we een andere presentatie dan van bovenbouwer. We spreken met respect over elkaar en leren ieders inbreng op waarde te schatten.

Stamgroepen 

Een stamgroep is een andere groepering dan een klas. Een klas is een groep kinderen, van meestal (ongeveer) dezelfde leeftijd, die dezelfde leerstof krijgt aangeboden. In een stamgroep zitten kinderen van verschillende leeftijden, met verschillende vorderingen in de leerstof. Omdat we in ons onderwijs juist willen uitgaan van de verschillen in ontwikkeling, doen we dat bewust. Het zit ook het dichtst bij de natuurlijke situaties die het kind gewend is: denk aan het gezin en spelen op straat. Tijdens hun basisschooltijd zitten kinderen in vier stamgroepen:

  • onderbouw: jaargroepen 1 en 2

  • tussenbouw: jaargroepen 3 en 4

  • middenbouw: jaargroepen 5 en 6

  • bovenbouw: jaargroepen 7 en 8

Jenaplanscholen werken met stamgroepen. In een stamgroep zitten kinderen van verschillende leeftijden (twee of drie verschillende leerjaren). Dit is een bewuste keuze omdat wij het belangrijk vinden dat kinderen leren omgaan met verschillen, dat ieder kind verschillend kan en mag zijn en dat kinderen leren van verschillen. Het gaat hier dus nadrukkelijk niet om combinatiegroepen (sommige, niet-jenaplanscholen kiezen daar soms vanuit organisatorische redenen voor).

Oudste kinderen in een stamgroep kunnen jongste kinderen helpen, een kind heeft ieder jaar een andere plaats in de sociale context; het ene jaar behoor je tot de jongsten, het andere jaar tot de oudsten. Kinderen die soms kiezen voor sociale contacten met oudere of juist jongere kinderen hebben deze mogelijkheid, etc. Wij denken dat we kinderen op deze wijze een rijkere sociale omgeving bieden waarbij ieder kind meer de mogelijkheid heeft om zich op eigen unieke wijze te ontwikkelen.